ECLI:NL:HR:2013:BZ1940
Hoge Raad · 12-02-2013 · zaaknummer 11/01718
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkverklaring in h.b.. Bekendheid met vonnis. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994/578. Kennelijk heeft het Hof uit de omstandigheid dat verdachte denkt de dagvaarding in de maand september 2009 in handen te hebben gekregen en te hebben gelezen, zodat hij toen van de tll op de hoogte is geraakt, en kort nadien van de Rb te horen heeft gekregen dat het vonnis al was uitgesproken en dat het “in zijn nadeel” was, afgeleid dat verdachte uiterlijk op 1 oktober 2009 over voldoende informatie beschikte a.b.i. voornoemd arrest. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk, nu het Hof niet voldoende concreet heeft vastgesteld dat de gegevens waarvan verdachte uiterlijk 1 oktober 2009 op de hoogte was gegevens betroffen die voor hem van belang waren voor zijn besluitvorming, zoals de aard of zwaarte van de bij het vonnis opgelegde straf(fen) of maatregel(en).
Advocaten
- B.P. de Boer
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
