ECLI:NL:HR:2013:BZ0508
Hoge Raad · 05-02-2013 · zaaknummer 12/02216 H
StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Herziening. Het enkele feit dat het slachtoffer, dochter van aanvrager, zich thans niets meer herinnert van hetgeen haar in 1996 is overkomen, wekt niet het ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1.c Sv. Reeds daarom is de aanvraag kennelijk ongegrond. HR wijst aanvraag tot herziening af.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
