ECLI:NL:HR:2013:583
Hoge Raad · 03-09-2013 · zaaknummer 11/02762
Inhoudsindicatie
De opvatting van het middel dat het bezigen voor het bewijs van de in bewijsmiddel 103 weergegeven verklaring van X in strijd is met hetgeen het Hof met het oog op de partiële vrijspraak van het onder 1 tlgd. heeft overwogen t.a.v. de tegenover de R-C afgelegde verklaring van X waaraan dat bewijsmiddel is ontleend, is onjuist. De overweging van het Hof dat niet is komen vast te staan dat X “ook betrokken was bij het transport waarop de zaak Y betrekking heeft” en de daaraan verbonden conclusie dat “het onder het 5e gedachtestreepje tlgd., v.zv. dat ziet op het leveren van een schip en/of bemanning t.b.v. het vervoer van de cocaïne, en het onder het laatste gedachtestreepje tlgd. (betreffende de aanbetaling aan X) niet wettig en overtuigend bewezen is”, staat niet eraan in de weg dat voor het overige aan de verklaring van X voor de bewezenverklaring redengevende feiten of omstandigheden worden ontleend. Het oordeel van het Hof dat uit de verklaring van X kan worden afgeleid dat het gaat om de invoer van cocaïne is niet onbegrijpelijk. De zaak wordt naar de rolzitting verwezen teneinde de A-G - die tot gegrondbevinding van het middel had geconcludeerd - alsnog in de gelegenheid te stellen zich over het 2e middel uit te laten.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
