ECLI:NL:HR:2013:2558
Hoge Raad · 03-12-2013 · zaaknummer 12/03237
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag. Opeisen eigendom binnen termijn ex art. 3:86.3 BW door verzekeringsmaatschappij. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 m.b.t. de toepasselijke maatstaf. De Rb heeft de juiste maatstaf toegepast. Het oordeel van de Rb dat het vereiste dat de verzekeringsmaatschappij binnen drie jaar na de diefstal de horlogeband als haar eigendom heeft opgeëist niet meebrengt dat zij binnen die termijn een daad van rechtsvervolging moet hebben verricht waarmee zij de gestolen zaak als haar eigendom opeist, maar dat voldoende is dat zij zich binnen de vervaltermijn van drie jaren tot de Duitse politie of justitie heeft gewend en te kennen heeft gegeven de inbeslaggenomen horlogeband als haar eigendom te willen opeisen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel dat de verzekeringsmaatschappij zich binnen de vervaltermijn van drie jaren tot de Duitse politie heeft gewend en te kennen heeft gegeven het gestolen horloge, waaronder begrepen de bijbehorende horlogeband, te willen opeisen, is niet onbegrijpelijk.
Advocaten
- G. Knigge
- V. Bakker
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
