ECLI:NL:HR:2012:BX5459
Hoge Raad · 02-10-2012 · zaaknummer 11/00893
Inhoudsindicatie
Art. 31.1 Vluchtelingenverdrag. HR herhaalt HR LJN BO1587. Het Hof heeft niet aannemelijk geacht dat verdachte in Griekenland heeft verbleven. Gelet op hetgeen het Hof voorts heeft overwogen ligt in dat oordeel tevens besloten dat aannemelijk is dat verdachte vóór zijn komst naar NL gedurende een zodanige periode in Italië heeft verbleven dat niet gezegd kan worden dat verdachte rechtstreeks vanuit een land waar zijn leven of vrijheid werd bedreigd naar NL is gekomen a.b.i. art. 31.1 Vv. Mede gelet op het ontbreken van enige concrete onderbouwing van de zojuist genoemde, in h.b. voor het eerst betrokken, stelling van verdachte is dit oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Conclusie AG: anders.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
