ECLI:NL:HR:2012:BX3816
Hoge Raad · 28-08-2012 · zaaknummer 11/00172
Inhoudsindicatie
HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. in bewijsoverweging genoemde, niet in de bewijsmiddelen vermelde f&o uit HR LJN BA5858. Het Hof heeft in zijn bewijsoverweging ‘de positie waarin de fiets van het slachtoffer werd aangetroffen’ mede ten grondslag gelegd aan de verwerping van het verweer dat het zeer wel mogelijk is dat de fietser van rechts kwam en op het kruisingsvlak is gekeerd en er in dat geval sprake was van een bijzondere verrichting van de fietser en hij (de fietser) verdachte voorrang had moeten verlenen. Het Hof heeft die omstandigheid dus redengevend geacht voor de bewezenverklaring. Nu deze omstandigheid niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en het Hof in zijn bewijsoverweging niet het wettige bewijsmiddel heeft aangegeven waaraan het die omstandigheid heeft ontleend, is het middel in zoverre terecht voorgesteld. Tot cassatie behoeft dit evenwel niet te leiden nu de verwerping van het verweer zelfstandig wordt gedragen door hetgeen het Hof in zijn bewijsvoering heeft vastgesteld, te weten dat de fietser van links naderde en dat aan de fietser voorrang moest worden verleend. Middel voor het overige: art. 81 RO.
Advocaten
- J. Kelder
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
