ECLI:NL:HR:2012:BW6864
Hoge Raad · 12-06-2012 · zaaknummer 10/02601
Inhoudsindicatie
Salduz-verweer. HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BH3079 en HR LJN BU8773. De verdachte is aangehouden i.v.m. het bezit van een gestolen bromfiets en heeft n.a.v. de vraag van de verbalisant of hij scherpe voorwerpen aanwezig had een verklaring afgelegd. Het Hof heeft geoordeeld dat deze verklaring inzake de reden voor het bij zich hebben van messen ook al is de verdachte niet in de gelegenheid gesteld een raadsman te raadplegen wel voor het bewijs kan worden gebruikt nu deze niet kan worden gelijkgesteld met een verklaring die is afgelegd bij een eerste ondervraging terzake van een strafbaar feit waarvoor een verdachte is aangehouden. Dat oordeel is onjuist voor zover het als beperking stelt dat de aanspraak op raadpleging van een advocaat uitsluitend betrekking heeft op het verhoor t.a.v. specifieke feit waarvoor de verdachte is aangehouden. Dat oordeel is voorts niet zonder meer begrijpelijk aangezien de vraag van de verbalisant aan de verdachte “waarom hij deze voorwerpen bij zich droeg” bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een vraag betreffende diens betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar feit ten aanzien waarvan hij als verdachte is aangemerkt.
Advocaten
- J.C. Oudijk
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
