ECLI:NL:HR:2012:BW6660
Hoge Raad · 29-05-2012 · zaaknummer 10/02437
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. Het Hof heeft de n-o mede doen steunen op de omstandigheid dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De stukken van het geding bieden voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven is ingediend doch dat het desbetreffende formulier door de Rb pas nadat de tz. in h.b. had plaatsgevonden naar het Hof is verzonden. In cassatie moet er derhalve vanuit worden gegaan dat een dergelijke schriftuur wel is ingediend.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
