ECLI:NL:HR:2012:BW6206
Hoge Raad · 22-05-2012 · zaaknummer 11/00119
StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Onderzoek a.b.i. art. 8.2.b WVW1994. HR stelt het bepaalde in HR NJ 1982/385, NJ 1991/42 en NJ 1978/385 voorop. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het afgenomen bloedmonster dat 11 dagen na bloedafname door het NFI is ontvangen, “zonder uitstel” is toegezonden aan het laboratorium is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.
Advocaten
- G. Spong
- I. De
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
