ECLI:NL:HR:2012:BU8715
Hoge Raad · 28-02-2012 · zaaknummer 10/04385
Inhoudsindicatie
Klacht over niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep. Schriftelijke machtiging ex. art. 588.3.b Sv. Nu verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft betwist dat hij de persoon aan wie de inleidende dagvaarding is uitgereikt, schriftelijk heeft gemachtigd die dagvaarding in ontvangst te nemen en zich bij de stukken geen schriftelijke machtiging bevindt, is het oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding verdachte door tussenkomst van een door hem schriftelijk gemachtigde in persoon is betekend, niet zonder meer begrijpelijk.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
