ECLI:NL:HR:2012:BU6552
Hoge Raad · 17-02-2012 · zaaknummer 10/04186
Inhoudsindicatie
Faillissement. Pand. Stil pandrecht op toekomstige vorderingen rekeninghouder als gevolg van stortingen gelden door derden op bankrekening? Betoog dat deze vorderingen (voldoende) rechtstreeks voortvloeien uit rekening-courantverhouding om onder voordien gevestigd stil pandrecht te kunnen vallen, ongegrond. Gelijke maatstaf van art. 3:239 lid 1 BW en art. 475 Rv. Oordeel hof dat bank niet te goeder trouw was in de zin van art. 54 F., niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd, nu uit brief bank, waarin krediet met onmiddellijke ingang werd opgezegd, blijkt dat bank wist dat faillissement schuldenaar te verwachten was.
Advocaten
- B. Winters
- L. Timmerman
- M. Haentjens
- R.A.A. Duk
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
