ECLI:NL:HR:2012:BT8464
Hoge Raad · 17-02-2012 · zaaknummer 10/02760
Inhoudsindicatie
Wegvervoer. Begrip “aflevering” als bedoeld in art. 8:1095 BW. Aflevering moet berusten op wilsovereenstemming, in die zin dat vervoerder macht over vervoerde goed met instemming geadresseerde opgeeft en deze in gelegenheid stelt feitelijke macht over goed uit te oefenen. Aan de hand van inhoud vervoerovereenkomst en feitelijke omstandigheden van het geval moet worden vastgesteld of aflevering heeft plaatsgevonden. Begrijpelijk oordeel hof dat geen zodanige wilsovereenstemming bestond. Goederen kunnen krachtens andere overeenkomst onder vervoerder blijven berusten, zodat vervoerovereenkomst eindigt met ingang tijdstip inwerkingtreding van die andere overeenkomst. Kennelijk oordeel hof dat stellingen niet erop wijzen dat een dergelijke overeenkomst is gesloten, voldoende begrijpelijk.
Advocaten
- F.F. Langemeijer
- G. Snijders
- K. Teuben
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
