ECLI:NL:HR:2012:BT1783
Hoge Raad · 17-01-2012 · zaaknummer 10/02452
Inhoudsindicatie
Motivering strafoplegging. Hetgeen namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot de strafoplegging ten verweer is aangevoerd berust daarop dat de aanhouding en aansluitende fouillering van de verdachte wegens het ontbreken van een redelijke verdenking onrechtmatig waren en dat dit vormverzuim op de voet van art. 359a Sv dient te leiden tot strafvermindering. Het oordeel van het Hof dat de gestelde onrechtmatige aanhouding niet tot strafvermindering kan leiden reeds omdat die aanhouding niet in relatie staat tot de tenlastegelegde feiten, is niet zonder meer begrijpelijk nu het Hof voor de bewezenverklaring redengevend heeft geacht dat de verdachte “samen met [betrokkene 1] achter de woning werd aangehouden, waarbij [betrokkene 1] zes bolletjes heroïne en drie in bedrijf zijnde mobiele telefoons bij zich bleek te hebben”, waarin besloten ligt dat sprake is van een relatie tussen de aanhouding van de verdachte en de tenlastegelegde feiten. De strafoplegging is dus niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Advocaten
- B.P. de Boer
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
