ECLI:NL:HR:2012:BS8791
Hoge Raad · 03-02-2012 · zaaknummer 10/01806
Inhoudsindicatie
EVO. Arbeidsovereenkomst. Toepasselijk recht. Geval waarin arbeid uitsluitend en langdurig in Nederland werd verricht, maar waarin alle overige relevante aanknopingfactoren wijzen op verbondenheid met Duitsland. Indien in dergelijk geval steeds moet worden aangenomen dat, op grond van werknemerbeschermende strekking art. 6 lid 2 EVO, het recht van toepassing is van het land waar werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht, als bedoeld in art. 6 lid 2 onder a, verliest exceptieclausule aan het slot van art. 6 lid 2 mogelijk betekenis. Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan HvJEU met betrekking tot uitleg art. 6 lid 2 EVO.
Advocaten
- E. Grabandt
- J.P. Heering
- L. Strikwerda
- L. van den Eshof
- M.V. Polak
- M.V.E.E. Jansen
- P.A. Ruig
- R.A.A. Duk
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[verweerster]
verweerster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
