ECLI:NL:HR:2011:BU3597
Hoge Raad · 20-12-2011 · zaaknummer 10/05113
Inhoudsindicatie
Voorbedachte raad. Het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte haar dochtertje van het leven heeft beroofd en dat voldoende aannemelijk is geworden dat de verdachte daartoe haar dochtertje azijnessence heeft toegediend, althans daarmee een begin heeft gemaakt. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte haar eigen eventuele dood telkens verbindt met de dood van haar dochtertje en heeft het mede op grond daarvan niet aannemelijk geoordeeld dat de verdachte in een opwelling heeft gehandeld. Hierin ligt besloten dat het Hof niet aannemelijk heeft geacht de mogelijkheid dat verdachtes handelingen met betrekking tot het flesje azijnessence slechts verband hielden met haar voorgenomen zelfmoord. Voor zover het middel klaagt dat het Hof deze mogelijkheid heeft opengelaten, mist het feitelijke grondslag.
Advocaten
- G. Spong
- V. Soerdjbalie-Maikoe
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
