ECLI:NL:HR:2011:BT2915
Hoge Raad · 09-12-2011 · zaaknummer 10/02395
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Schorsing en hervatting; art. 225-227 Rv. Onder verlies van hoedanigheid als bedoeld in art. 226 lid 1 Rv. valt mede te verstaan schorsing als advocaat, hetzij op grond van disciplinaire maatregel, hetzij op andere wettelijke grond. Indien schorsing voor korte tijd, dan kan rechter zaak aanhouden tot schorsing voorbij is. Duurt schorsing langer, dan dient schorsing kenbaar te worden gemaakt aan wederpartij door mededeling op of via rol. Wederpartij kan geding dan onmiddellijk weer doen hervatten (art. 228 Rv.). Benadeling vereist voor geslaagd beroep op nietigheid van na schorsing verrichte rechtshandelingen.
Rechters
Advocaten
- E.M. Wesseling-van Gent
- P. Garretsen
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
[verweerster]
verweerster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
