ECLI:NL:HR:2011:BT2099
Hoge Raad · 08-11-2011 · zaaknummer 09/04795
Inhoudsindicatie
Art. 126m Sv. Het oordeel van het Hof dat het misdrijf het uitgeven van valse bankbiljetten (strafbaar gesteld in art. 213 Sr) naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert in de zin van art. 126m.1 Sv en dat daaraan niet afdoet dat sprake is van (de verdenking) van het eenmalig uitgeven van één vals bankbiljet geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De opvatting dat het Hof zijn oordeel niet louter op de aard van het misdrijf had mogen baseren maar ook de ernst van de feiten en omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, had moeten betrekken vindt geen steun in de geschiedenis van art. 126m Sv, zoals weergegeven in de CAG.
Advocaten
- F.H. Koster
- W. Anker
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
