ECLI:NL:HR:2011:BT1875
Hoge Raad · 01-11-2011 · zaaknummer 11/01948 W
Inhoudsindicatie
WOTS-zaak. 1. (voorwaardelijk) aanhoudingsverzoek i.v.m. bij EHRM gestarte procedure. 2. in mindering brengen overleveringsdetentie. Ad 1. Exequaturrechter moet bij zijn beslissing uitgaan van de juistheid van de veroordeling door de buitenlandse rechter v.w.b. zowel de inhoud als de wijze van totstandkoming. Dit kan slechts anders zijn indien komt vast te staan dat bij de totstandkoming van die veroordeling sprake is geweest van een flagrante miskenning van fundamentele beginselen van een behoorlijke strafrechtspleging (HR LJN BC9545). Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd kan niet leiden tot het oordeel dat bij de totstandkoming van de veroordeling door het Landgericht Aachen sprake is geweest van een flagrante miskenning van fundamentele beginselen van een behoorlijke strafrechtspleging. Veroordeelde heeft dus geen belang bij de klacht dat de Rechtbank het aanhoudingsverzoek niet uitdrukkelijk heeft afgewezen. Ad 2. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank heeft verzuimd te bevelen dat de in overleveringsdetentie doorgebrachte tijd in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de opgelegde straf.
Advocaten
- B.P. de Boer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
