ECLI:NL:HR:2011:BS1685
Hoge Raad · 25-11-2011 · zaaknummer 10/02543
Inhoudsindicatie
Onteigening gronden in Eendragtspolder. Schadeloosstelling. Verwerping visie dat bij bepaling waarde onteigende gronden krachtens art. 40d Ow. mede moet worden gelet op bestemmingen gronden in Zuidplaspolder, niet onjuist en niet onbegrijpelijk. Klacht dat bij waardebepaling de op de onteigende gronden volgens geldende bestemmingsplannen rustende bestemmingen moeten worden weggedacht, mist belang nu uitgesloten is dat buiten beschouwing laten tot hogere waardering onteigende gronden zal kunnen leiden. Oordeel dat onteigende gronden geen duurzame belegging vormden als in jurisprudentie Hoge Raad bedoeld (HR 6 juni 2003, LJN AH9904, NJ 2003/550). Afwijzing vergoeding wegens waardevermindering overblijvende gronden. Aanwezigheid zand in onteigende gronden geen waardevermeerderende invloed; in onderhavig geval niet te verwachten dat nodige vergunningen voor winning bodembestanddelen zullen worden verkregen. Verwerping overige klachten met toepassing art. 81 RO.
Advocaten
- C.M.E. Verhaegh
- J.P. van den Berg
- R. van der Zwan
- R.L.H. IJzerman
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
