ECLI:NL:HR:2011:BR2359
Hoge Raad · 11-10-2011 · zaaknummer 11/00726
Inhoudsindicatie
Schriftelijke slachtofferverklaring als bewijsmiddel. Ten tijde van de behandeling van de zaak door het Hof was het slachtoffer van een delict op grond van het toen geldende art. 302 Sv bevoegd op de terechtzitting een mondelinge verklaring af te leggen omtrent de gevolgen die het tenlastegelegde feit bij hem heeft teweeggebracht. Thans is het slachtoffer daartoe bevoegd o.g.v. art. 51e Sv. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van die bepalingen moet worden aangenomen dat het slachtoffer alsdan niet optreedt als getuige en dat de door hem afgelegde verklaring niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Dit geldt ook voor een eventueel aan de rechter overgelegd afschrift van die mondelinge verklaring. Aangezien een schriftelijke slachtofferverklaring, zoals in casu, buiten het kader van art. 302 Sv in een schriftelijk bescheid is vastgelegd, stond of staat geen rechtsregel eraan in de weg dat deze wel tot het bewijs wordt gebezigd indien aan de bewijsvoorschriften is voldaan. Daarin is geen verandering gekomen doordat het spreekrecht ter terechtzitting is ingevoerd noch doordat het slachtoffer ex art. 51b.2 Sv het openbaar ministerie kan verzoeken aan het dossier documenten toe te voegen die hij relevant acht voor de beoordeling van de zaak tegen de verdachte of van zijn vordering op de verdachte, zoals een schriftelijke slachtofferverklaring. Gelet op het voorgaande stond het het Hof vrij de schriftelijke slachtofferverklaring ex art. 344.1.5° Sv voor het bewijs te bezigen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
