ECLI:NL:HR:2011:BR2053
Hoge Raad · 27-09-2011 · zaaknummer 10/03213
Inhoudsindicatie
Art. 359.3 Sv. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de aan het slot van die bepaling genoemde gevallen. Nu de verklaring van de verdachte niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde - zij houdt niet in dat de verdachte erkent het feit tezamen en in vereniging met anderen te hebben gepleegd- is het oordeel van het Hof dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend in de zin van art. 359.3 Sv onbegrijpelijk.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
