ECLI:NL:HR:2011:BR0573
Hoge Raad · 11-10-2011 · zaaknummer 11/00503 B
Inhoudsindicatie
Beklag. OM-cassatie. Art. 31 Vluchtelingenverdrag en art. 67a.3 Sv. Door de beantwoording van de vraag of de verdachte de bescherming toekomt van art. 31 Vluchtelingenverdrag afhankelijk te stellen van een later door de vreemdelingenrechter te nemen gunstige beslissing omtrent het asielverzoek van de verdachte en vervolgens te oordelen dat niet bij voorbaat vaststaat dat de politierechter de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen, heeft de Rechtbank blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De Rechtbank had zich zelfstandig een oordeel moeten vormen over de toepasselijkheid van art. 31 Vluchtelingenverdrag ook al was van enige beslissing omtrent het asielverzoek nog geen sprake. De Rechtbank had daarbij onder ogen moeten zien of die bepaling aan de gegrondverklaring van het beroep in de weg stond dan wel - gelet op art. 67a.3 Sv - of er ernstig rekening mee diende te worden gehouden dat verdere vervolging van de verdachte op die bepaling zou afstuiten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
