ECLI:NL:HR:2011:BQ6758
Hoge Raad · 20-12-2011 · zaaknummer 10/02333
Inhoudsindicatie
De opvatting dat een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de in art. 14c.1.a Sr genoemde algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, slechts kan worden toegewezen als de veroordeelde zich heeft schuldig gemaakt aan een soortelijk feit als waarop de voorwaardelijke veroordeling betrekking heeft, vindt geen steun in de tekst van de wet of wetsgeschiedenis. Het Hof heeft het verweer terecht en op goede gronden verworpen.
Advocaten
- J. Kelder
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
