ECLI:NL:HR:2011:BQ1953
Hoge Raad · 28-06-2011 · zaaknummer 09/02759
StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. De HR doet de overige middelen, die niet klagen dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat verdachte het tenlastegelegde ook op het punt van het "tezamen en in vereniging met een ander" heeft bekend, af met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
