ECLI:NL:HR:2011:BP8816
Hoge Raad · 21-06-2011 · zaaknummer 10/01738
Inhoudsindicatie
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Verzoek tot het horen van de zaaksofficier van justitie als getuige. 2. Geen beslissing op het verzoek de met de zaak belaste parketsecretaris te horen. Ad 1. Het verzoek tot het horen van de zaaksofficier van justitie als getuige heeft het Hof afgewezen op de grond dat de ‘conclusie van de rechtbank dat uit het feit dat de drie verdachten hetzelfde advocatenkantoor bellen moet worden afgeleid dat er tussen de verdachten onderling contacten bestaan, een conclusie is die het hof zelf zal beoordelen’. Nu het Hof niet heeft aangegeven aan de hand van welke maatstaf het verzoek is afgewezen, is de afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. Het Hof heeft niet beslist op het verzoek de met de zaak belaste parketsecretaris te horen. Dit verzoek betreft een verzoek als bedoeld in art. 315 in verbinding met art. 328 Sv, zodat daarop een uitdrukkelijke beslissing was vereist. Noch de processen-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep, noch het bestreden arrest houden een beslissing in op dat verzoek. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv in verbinding met art. 415 Sv nietigheid tot gevolg.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- Mr. J.F.C. Janssen
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
