ECLI:NL:HR:2011:BP7855
Hoge Raad · 05-07-2011 · zaaknummer 09/02240
Inhoudsindicatie
Art. 31 Vluchtelingenverdrag. 1. N-o-verweer. 2. Overmacht verweer. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN BO2915. ’s Hofs oordeel dat “de bescherming die verdachte o.g.v. art. 31.1 Vluchtelingenverdrag toekomt (…) geen omstandigheid [is] die de ontvankelijkheid van het OM raakt” is onjuist. Ad. 2. ’s Hofs oordeel dat in een geval als het onderhavige, waarin verdachte NL is ingereisd met valse identiteitspapieren, de bescherming van art. 31 Vluchtelingenverdrag slechts kan worden ingeroepen indien verdachte dadelijk bij de inreiscontrole door de marechaussee aangeeft (of poogt aan te geven) dat het door hem overhandigde paspoort vals is, geeft blijk van een onjuiste, want te beperkte uitleg van art. 31 Vluchtelingenverdrag.
Advocaten
- P. Garretsen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
