ECLI:NL:HR:2011:BP4804
Hoge Raad · 08-04-2011 · zaaknummer 09/03853
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijke beëindiging arbeidsovereenkomst (als bedoeld in art. 7:681 BW). Bij beantwoording van de vraag of gevolgen van het ontslag voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever alsook bij de bepaling van het bedrag aan schadevergoeding wegens kennelijke onredelijke opzegging, dienen de na het einde van de diensbetrekking ingetreden omstandigheden buiten beschouwing te blijven, behoudens voor zover daaruit aanwijzingen zijn te putten voor hetgeen uiterlijk op het tijdstip van ingang van het ontslag kon worden verwacht met betrekking tot de gevolgen van het ontslag (vgl. HR 17 oktober 1999, NJ 1999, 266).
Advocaten
- E.B. Rank-Berenschot
- H.J.W. Alt
- R.A.A. Duk
- S.F. Sagel
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
