ECLI:NL:HR:2011:BP2412
Hoge Raad · 12-04-2011 · zaaknummer 09/04064
Inhoudsindicatie
Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever het geven van toe- of instemming door een raadsman - zoals i.c. o.g.v. art. 322.3 Sv - heeft gezien als een bevoegdheid van de raadsman, die, naar volgt uit art. 331.1 Sv, bij afwezigheid van verdachte slechts toekomt aan de raadsman die op de voet van art. 279.1 Sv tot de verdediging is toegelaten. Dat brengt mee dat in een geval waarin verdachte niet ter terechtzitting aanwezig is onder ‘de op de terechtzittng aanwezige (…) raadsman’ in art. 331.2 Sv slechts is begrepen de raadsman die op de voet van art. 279.1 Sv tot de verdediging is toegelaten. Het middel dat op een andere opvatting berust, faalt derhalve.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
