ECLI:NL:HR:2011:BO8019
Hoge Raad · 01-02-2011 · zaaknummer 09/03037 E
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Geldigheid appeldagvaarding. O.g.v. ‘s Hofs niet onbegrijpelijke vaststelling dat als gevolg van een kennelijke - dus ook voor verdachte kenbare - omissie in de appeldagvaarding niet is vermeld dat hij op de terechtzitting van de economische kamer van het Hof diende te verschijnen, heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat het voor verdachte duidelijk moet zijn geweest dat zijn verschijning voor die kamer van het Hof werd verlangd, niettegenstaande de omstandigheid dat de appeldagvaarding inhield dat hij diende te verschijnen voor "het gerechtshof". Dat oordeel is feitelijk en in het licht van 's Hofs overige vaststellingen niet onbegrijpelijk.
Advocaten
- A. Moszkowicz
- A.M. Moszkowicz
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
