ECLI:NL:HR:2011:BO2592
Hoge Raad · 25-01-2011 · zaaknummer 08/04871 E
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Ingevolge art. 8.20.1 (oud) Wm richt de in art. 18.18 Wm neergelegde verbodsbepaling zich tot degene die de inrichting waaraan de vergunning is verbonden, drijft. In aanmerking genomen dat het Hof niets heeft vastgesteld omtrent de (feitelijke) zeggenschap van verdachte over de bewezenverklaarde gedraging, is het kennelijke oordeel van het Hof dat verdachte als drijver van de inrichting abi art. 8.20.1 (oud) Wm moet worden aangemerkt onbegrijpelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
