ECLI:NL:HR:2010:BO2558
Hoge Raad · 02-11-2010 · zaaknummer 09/00354
Inhoudsindicatie
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke OBM. Het hof heeft de t.u.l. gelast van een voorwaardelijke OBM terwijl geen mededeling van de voorwaardelijke veroordeling in de zin van art. 366a.2 Sv aan verdachte heeft plaatsgevonden. Gelet op de wetsgeschiedenis staat dit laatste echter niet in de weg aan het ingaan van de proeftijd omdat het uitgangspunt is “dat het aan de verdachte wordt overgelaten om naar de uitkomst van de berechting te informeren” en nu het hof heeft vastgesteld dat de dagvaarding aan de verdachte in persoon is betekend, kon het hof aannemen dat de proeftijd is ingegaan op de 15e dag nadat de einduitspraak is gedaan.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
