ECLI:NL:HR:2010:BM6904
Hoge Raad · 14-09-2010 · zaaknummer 09/01058
Inhoudsindicatie
1. Omvang t.l.l. 2. Art. 151b Sv. Ad 1.: HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 1998/535 en HR NJ 1999/52 omtrent de toelaatbaarheid van een aanpassing van de t.l.l. a.b.i. art. 314a Sv. ’s Hofs oordeel dat niet gezegd kan worden dat elk verband tussen de feiten ontbreekt, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 314a Sv. Daaraan doet niet af dat, gelijk het Hof heeft overwogen, in de aangevulde t.l.l. feiten zijn vermeld die buiten de oorspronkelijke tlgd. periode vallen. ’s Hofs oordeel is voorts toereikend gemotiveerd. Ad 2. Het Hof heeft vastgesteld dat “bij een feit waarvoor de RC ernstige bezwaren aanwezig achtte materiaal is aangetroffen dat bruikbaar kon zijn voor DNA-onderzoek en DNA-vergelijking”. Deze vaststelling is, gelet op het t.t.z. in h.b. gevoerde verweer dat geen DNA-spoor is aangetroffen, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
