ECLI:NL:HR:2010:BM5706
Hoge Raad · 25-06-2010 · zaaknummer 09/01632
Inhoudsindicatie
Cassatie. Onteigeningsrecht; procesrecht; voeging; niet-ontvankelijkheid van op art. 3 lid 2 van de Onteigeningswet gebaseerde incidentele verzoeken tot voeging in cassatieprocedure; art. 3 lid 2 van de Onteigeningswet heeft geen betrekking op voeging doch op tussenkomst; in cassatieprocedure is geen plaats voor een verzoek tot tussenkomst (HR 14 maart 2008, LJN BC6692, NJ 2008, 168); ook als de verzoeken in het incident zouden moeten worden begrepen als verzoeken tot voeging op de voet van art. 217 Rv. zijn verzoekers niet-ontvankelijk, nu uit het stelsel van de Onteigeningswet en uit de aard van het onteigeningsgeding voortvloeit dat daarin voor voeging geen plaats is.
Advocaten
- J.A.M.A. Sluysmans
- L. Strikwerda
- P. Garretsen
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
