ECLI:NL:HR:2010:BM5282
Hoge Raad · 06-07-2010 · zaaknummer 09/00596
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Grondslagverlating. ‘Wederrechtelijk binnendringen’ a.b.i. art. 138 Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1971, 96. De door het Hof genoemde omstandigheid dat "nu bij eerdergenoemde vordering de toegang voor de periode van een jaar wordt ontzegd, niet met de gewenste nauwkeurigheid getoetst kan worden of de rechthebbende ook op het in de tll. genoemde tijdstip redelijkerwijs kon en mocht bepalen dat deze persoon wederrechtelijk in de flat is binnengedrongen", getuigt van een onjuiste opvatting omtrent de in de tenlastelegging voorkomende uitdrukking "wederrechtelijk is binnengedrongen", nu dir niet kan gelden als een bijzondere omstandigheid.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
