ECLI:NL:HR:2010:BL9110
Hoge Raad · 29-06-2010 · zaaknummer 09/00413
Inhoudsindicatie
Wederrechtelijke toe-eigening a.b.i. art. 321 Sr. Vinder of verduisteraar? Van wederrechtelijke toe-eigening is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort, vgl. HR NJ 1990, 256. ’s Hofs oordeel dat verdachte zich de door hem gevonden goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend geeft geen blijk van een onjuiste rechtopvatting en behoefde i.c. ook geen nadere motivering, nu de gebezigde bewijsmiddelen inhouden dat verdachte de goederen een paar maanden onder zich heeft gehouden.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
