ECLI:NL:HR:2010:BL7689
Hoge Raad · 20-04-2010 · zaaknummer 08/03527
Inhoudsindicatie
Art. 408 Sv. Klacht over niet-ontvankelijkheid hb. Het Hof is kennelijk ervan uitgegaan dat verdachte na de dag van de ttz. in e.a. heeft kennisgenomen van de inleidende dagvaarding. Het Hof heeft waar het overweegt dat verdachte binnen veertien dagen nadat hij kennis had genomen van die dagvaarding, hb had dienen in te stellen, die kennisneming kennelijk aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, waarbij nog opmerking verdient dat de door het Hof in het verband van dat oordeel gestelde eis dat verdachte na de kennisneming van die dagvaarding ‘had moeten informeren naar de einduitspraak’, geen steun vindt in het recht.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
