ECLI:NL:HR:2010:BL3181
Hoge Raad · 01-06-2010 · zaaknummer 09/01422
Inhoudsindicatie
Art. 180.3 WVW 1994, tenuitvoerlegging OBM. Uit de bewoordingen van de in art. 180 WVW 1994 neergelegde regeling volgt dat juist is de opvatting dat aan de eisen van art. 180.3 WVW 1994 slechts is voldaan indien het daar bedoelde schrijven aan veroordeelde in persoon is uitgereikt op een tijdstip gelegen ná het tijdstip waarop de rechterlijke beslissing waarbij de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, onherroepelijk is geworden. Het Hof is i.c. blijkens zijn overwegingen van een andere opvatting uitgegaan. Opmerking verdient nog dat de opvatting dat voor een veroordeling t.z.v. overtreding van art. 9.1 WVW 1994 is vereist dat uit de door de rechter gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat bedoeld schrijven inhoudt “het tijdstip van ingang en de duur van de ontzegging, de verplichting tot uitlevering van het rijbewijs uiterlijk tot dat tijdstip alsmede het gevolg van niet tijdige inlevering”, geen steun vindt in het recht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
