ECLI:NL:HR:2010:BK6138
Hoge Raad · 02-02-2010 · zaaknummer 07/12784
Inhoudsindicatie
Voorhanden hebben, Wet wapens en munitie. HR stelt voorop dat voor een veroordeling t.z.v. het voorhanden hebben van een wapen of munitie i.d.z.v. art. 26 WWM is vereist dat sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij verdachte omtrent de aanwezigheid van dat wapen of die munitie (vgl. HR LJN ZD1169). Gelet daarop is voor de bewezenverklaring zonder nadere doch ontbrekende motivering niet redengevend de verklaring van verdachte vzv. inhoudende dat hij die wapens over het hoofd heeft gezien en dat hij dacht dat deze nog op de schietclub lagen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
