ECLI:NL:HR:2010:BK3501
Hoge Raad · 05-01-2010 · zaaknummer 08/00570
Inhoudsindicatie
1. Art. 359.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. Ad 1. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. ’s Hofs (kennelijke) oordeel dat i.c. kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv, is nu de raadsman vrijspraak heeft bepleit, derhalve onjuist. Ad 2. Het Hof heeft mede uit de omstandigheid dat aangeefster beklag a.b.i. art. 12 Sv heeft gedaan, afgeleid dat zij de bedoeling had dat een vervolging tegen verdachte zou worden ingesteld. Het daarin besloten liggende oordeel dat zij een klacht i.d.z.v. art. 164.1 Sv heeft gedaan, is onjuist noch onbegrijpelijk.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
