ECLI:NL:HR:2010:BK3348
Hoge Raad · 19-01-2010 · zaaknummer 08/03602
Inhoudsindicatie
Grondslag vordering TUL en (mondelinge) wijziging daarvan; art. 14g.1 jo. 14i.6 Sr. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AB0609. HR: Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de AG bij de behandeling van de zaak in hb door bevestiging te vorderen van het vonnis van de Rb (waarin de toewijzing van de vordering TUL was gegrond op de bewezenverklaring in zaak A subsidiair en C onder 1) de grondslag van de vordering TUL aldus heeft gewijzigd dat zij erop is komen te berusten dat verdachte zich vóór het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten die in de zaken A en C zijn tenlastegelegd. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Conclusie AG: anders.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
