ECLI:NL:HR:2010:BK2145
Hoge Raad · 05-01-2010 · zaaknummer 08/02860
Inhoudsindicatie
Aanwezigheidsrecht. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN ZD1314 t.a.v. de beslissing op een aanhoudingsverzoek. ’s Hofs kennelijke oordeel dat aan een ander belang dan het belang van verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, voorrang moet worden gegeven, is onjuist, noch onbegrijpelijk nu de uitdrukkelijk tot verdediging gemachtigde raadsman aan zijn aanhoudingsverzoek ten grondslag heeft gelegd dat verdachte zich niet deugdelijk heeft kunnen voorbereiden, en niet ook dat verdachte ttz. aanwezig wilde zijn.
Advocaten
- B.G.J. de Rooij
- J. van Wijk
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
