ECLI:NL:HR:2010:BK2091
Hoge Raad · 12-01-2010 · zaaknummer 07/13507
Inhoudsindicatie
Dagvaarding hoger beroep. Verstek. I.c. heeft verdachte bij het instellen van het hb een postbusnummer in NL opgegeven. Daarmee heeft verdachte gebruik gemaakt van de gelegenheid a.b.i. art. 588a.1 Sv om een adres op te geven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Nu de stukken overigens niets inhouden omtrent toezending van een afschrift van de dagvaarding aan het door de verdachte opgegeven postbusnummer, moet worden aangenomen dat het Hof zijn kennelijke oordeel dat aan het vereiste van (tijdige) toezending van de appèldagvaarding aan dat postbusnummer is voldaan uitsluitend heeft gebaseerd op de handgeschreven, niet door de griffier geparafeerde aantekening op een kopie van de dagvaarding. Gelet op het met het aanwezigheidsrecht gemoeide belang vormt een dergelijke aantekening onvoldoende grond om aan te nemen dat die toezending daadwerkelijk heeft plaatsgehad. Daarom had het Hof dienen te onderzoeken of ook daadwerkelijk een afschrift aan het postbusnummer was gezonden.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
