ECLI:NL:HR:2009:BH2415
Hoge Raad · 10-02-2009 · zaaknummer 07/13608 Hs
Inhoudsindicatie
Herziening geurproef. M.b.t. het bewijs van het onder 3 tlg. feit is aannemelijk dat de PR bij uitstek aan het desbetreffende resultaat van de geuridentificatieproef heeft ontleend dat aanvrager in verband moet worden gebracht met dit strafbare feit. I.c. moet het daarom ervoor worden gehouden dat de PR zonder de uitkomst van deze onregelmatige geuridentificatieproef uit het beschikbare andere bewijsmateriaal niet met voldoende mate van aannemelijkheid zou hebben afgeleid dat de aanvrager de persoon is die genoemd feit heeft gepleegd. Er is dus sprake van een ernstig vermoeden dat de PR de aanvrager van dit feit zou hebben vrijgesproken en dus van een omstandigheid a.b.i. art. 457.1.2°, Sv. Aanvraag gegrond.
Advocaten
- J.A. van der Lem
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
