ECLI:NL:HR:2009:BH0598
Hoge Raad · 24-03-2009 · zaaknummer 08/01395
Inhoudsindicatie
Psychische overmacht, art. 40 Sr. Het Hof heeft niet aannemelijk geacht dat t.t.v. het schietincident bij verdachte een drang bestond waaraan hij geen weerstand kon of behoefde te bieden. Dat oordeel heeft het Hof gegrond op een waardering van de feitelijke omstandigheden van het geval. Het Hof heeft betekenis toegekend aan de omstandigheid dat verdachte zelf het slachtoffer heeft verzocht langs te komen - waaruit het Hof kennelijk mede de betrekkelijkheid van de gestelde ernst van de eerdere bedreigingen heeft afgeleid -, dat de vlak voor het schietincident geuite bedreiging als zodanig niet onverwacht was of van eerdere bedreigingen afweek en dat ook het verdere verloop van het gesprek in dit opzicht geen uitzonderlijk karakter had. ‘s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
Advocaten
- A.C.J. Lina
- J.B.J.G.M. Schyns
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
