ECLI:NL:HR:2008:BC9743
Hoge Raad · 10-06-2008 · zaaknummer 03633/06 A
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. 1. Onderzoek aan kleding. 2. Gebruik als bewijs van verklaring van niet door verdediging ondervraagde getuige. Ad 1. Ex art. 13e Vuurwapenverordening 1930 komt aan de daarin bedoelde ambtenaren slechts de bevoegdheid toe van een persoon medewerking te vorderen aan een onderzoek aan diens kleding, indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat o.g.v. een gepleegd strafbaar feit waarbij vuurwapenen zijn gebruikt of o.g.v. aanwijzingen dat een dergelijk strafbaar feit zal worden gepleegd. Mede blijkens de wetsgeschiedenis van genoemde bepaling is in dat verband de enkele verdenking dat deze persoon een wapen in bezit heeft onvoldoende aanleiding om die bevoegdheid uit te oefenen. Vzv. het Hof aan zijn oordeel dat het onderzoek aan de kleding van verdachte rechtmatig was de opvatting ten grondslag heeft gelegd dat de verbalisanten tot zodanig onderzoek reeds bevoegd waren omdat een redelijk vermoeden bestond dat verdachte in het bezit was van een vuurwapen, geeft het daarom blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AR8286. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de door de getuige t.o. de politie afgelegde verklaring voldoende steun vindt in het andere gebezigde bewijsmiddel. Dat oordeel is, in aanmerking genomen hetgeen door de verdediging hieromtrent is aangevoerd, niet zonder meer begrijpelijk.
Advocaten
- M.L.M. van der Voet
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
