ECLI:NL:HR:2008:BC8654
Hoge Raad · 01-07-2008 · zaaknummer 00856/07
Inhoudsindicatie
“In de uitoefening van een beroep of bedrijf” i.d.z.v. art. 11 Ow. Met het oordeel dat verdachte samen met anderen vanuit zijn woning softdrugs verhandelde “als ware die woning een coffeeshop”, heeft het Hof kennelijk en in het licht van de bwm niet onbegrijpelijk, tot uitdrukking gebracht dat sprake was van geregelde en stelselmatige verkoop van softdrugs. Zulks in aanmerking genomen geeft het oordeel dat die verkoop door verdachte en zijn mededaders geschiedde “in de uitoefening van een beroep of bedrijf” i.d.z.v. art. 11.3 Ow, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Met “beroep of bedrijf” zijn geen begrippen aangeduid waaruit de strafrechter een keuze moet maken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
