ECLI:NL:HR:2008:BC8644
Hoge Raad · 10-06-2008 · zaaknummer 00462/07
Inhoudsindicatie
Aanwezigheidsrecht. 10 dagen-termijn. Nu volgens de akte van uitreiking de dagvaarding van verdachte om op 24-8-06 ttz. van het Hof te verschijnen op 16-8-06 is uitgereikt aan de griffier van de Rb, is de in art. 413.1 Sv voorgeschreven termijn van 10 dagen niet in acht genomen. Nu de stukken niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte en blijkens het pv ttz. in appèl verdachte daar niet is verschenen, had het Hof het onderzoek ttz. o.g.v. art. 413.1. Sv jo. art. 265.3 Sv dienen te schorsen. Het Hof heeft het onderzoek echter voortgezet nadat verstek was verleend tegen de niet verschenen verdachte. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak oplevert (HR LJN AD7800).
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
