ECLI:NL:HR:2008:BC5939
Hoge Raad · 13-05-2008 · zaaknummer 07/10377 W
Inhoudsindicatie
WOTS. Tul “vervangende hechtenis” bij ontneming mogelijk o.g.v. het VOGP? Betrokkene is in G-B veroordeeld tot 6 jr gs en een “confiscation order”, het betalen van (het equivalent van +/-) EUR 1,1 miljoen, subsidiair 3 jr “hechtenis”. Bij latere beslissing is de 3 jr “vervangende hechtenis” bevolen. De Rb heeft de Britse straf omgezet naar 50 mnd gs en de tul gelast van de vervangende hechtenis. In cassatie gaat het om de (toelaatbaarheid van de) tul van de 3 jr. HR: De Rb heeft kennelijk aangenomen dat het verzoek van de Britse autoriteiten tot tul van bedoelde beslissing uitsluitende berust op het VOGP. Uit de bewoordingen van art. 1 VOGP moet, mede gelet op doel en strekking van het Verdrag en in overeenstemming met het systeem van het VOGP, worden afgeleid dat onder “veroordeling” - in de authentieke verdragstalen: “sentence” onderscheidenlijk “condemnation” - niet is begrepen de rechterlijke last tot het ondergaan van vrijheidsbeneming in het geval als i.c. waarin de betalingsverplichting in Engeland blijft bestaan en de tul van de vrijheidsbeneming aldaar afhankelijk is van het al dan niet geheel of gedeeltelijk voldoen aan de nog openstaande betalingsverplichting. HR verklaart de op grond van het VOGP verzochte tul van vorenbedoelde beslissing niet toelaatbaar.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
