ECLI:NL:HR:2008:BC0813
Hoge Raad · 26-02-2008 · zaaknummer 02269/06
Inhoudsindicatie
Rechtsdwaling. Faillissement en vermogen in het buitenland. Verdachte heeft vermogen in België verzwegen voor de curator. Aangevoerd is dat hij dit vermogen niet heeft opgegeven omdat dat volgens zijn raadslieden niet hoefde. HR: Bij de beoordeling van een beroep op rechtsdwaling kunnen verschillende aspecten van belang zijn, waaronder i.c. de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de adviseur, zijn specifieke deskundigheid, de complexiteit van de materie waarover advies wordt ingewonnen en de precieze inhoud van de adviezen (vgl. HR LJN AU4664). Gelet hierop is ‘s Hofs oordeel onjuist noch onbegrijpelijk. Gelet op het doel van de Faillissementswet behoort de curator het gehele vermogen, met inbegrip van gedeelten welke zich niet op Nederlands territoir bevinden, onder zijn bereik en beheer te krijgen, behoudens in zoverre t.a.v. enig vermogensbestanddeel dat zich in een ander land bevindt de rechtsorde van dat land zich daartegen mocht verzetten (HR LJN AB4151). Vzv. op deze uitzondering een beroep wordt gedaan, stuit het af op de omstandigheid dat dit verweer niet voor het eerst in cassatie kan worden gevoerd.
Advocaten
- A.A. Franken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
