ECLI:NL:HR:2007:BA6318
Hoge Raad · 11-09-2007 · zaaknummer 01571/06 E
Inhoudsindicatie
Uitleg begrip “voet”a.b.i. art. 3.1, onderdeel e onder 2º Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). Verdachte heeft op een hoogte van ongeveer 22m een antenne en antennedrager t.b.v. mobiele telecommunicatie geplaatst op een bestaande antenne-installatie van X di 39,6m hoog is. Bewezenverklaard is dat verdachte zonder de vereiste vergunning een antenne op een bouwvergunningplichtige antenne-installatie heeft gebouwd die vanaf de voet gemeten meer dan 5m was. Ex art. 1.1 Bblb wordt onder een antennedrager verstaan: een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. Onder antenne-installatie wordt verstaan: een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. Een redelijke en met het systeem van het Besluit strokende uitleg van de in art. 3.1, onderdeel e onder 2º, (oud) Bblb voorziene mogelijkheid om een antenne-installatie op een bouwvergunningplichtige antenne-installatie te bouwen, brengt mee dat die bouwvergunningplichtige installatie niet kan worden aangemerkt als een van de te plaatsen antenne-installatie onderdeel uitmakende antennedrager. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, als de antennemast van X wel als een zodanig onderdeel zou moeten worden aangemerkt, slechts aan het onder a van voormeld artikelonderdeel gestelde voorschrift inz. de hoogte van de antenne, met antennedrager, zou kunnen worden voldaan als die antenne op een zodanige hoogte van de antennemast wordt bevestigd dat deze niet hoger reikt dan 5m, gemeten vanaf de voet van de mast. Een dergelijke uitleg valt bezwaarlijk te rijmen met het in art. 3.1 onderdeel e onder 2º (oud) Bblb gestelde voorschrift dat de antenne is geplaatst op een hoogte van minimaal 3 meter vanaf het bij het bouwwerk aansluitende terrein, aangezien bij die uitleg nog slechts maximaal 2m zou resteren voor een aan te brengen antenne met antennedrager. Bovendien strookt die uitleg niet met de Nota van Toelichting bij het Besluit. ’s Hofs oordeel geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 3.1, onderdeel e sub 2º onder a, (oud) Bblb. De HR doet de zaak zelf af en spreekt verdachte vrij, nu uit de stukken geen aanwijzingen kunnen worden gevonden dat de geplaatste antenne en antennedrager hoger dan 5m zijn.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
